Kennismaking

Kennismaking

ERGOTHERAPIE VOOR KINDEREN  vrijgevestigd sinds 1988

Ergotherapie streeft ernaar om allerlei dagelijkse handelingen (weer ) mogelijk te maken voor de hulpvrager, die de prioriteiten zelf stelt|: “Wat vind ik belangrijk om te kunnen?” De ergotherapeut helpt zoeken naar oplossingen.

Voor kinderen geldt natuurlijk dat de inhoud van de dagelijkse handelingen verandert naarmate het kind ouder wordt. Een baby moet bijvoorbeeld kunnen drinken of leren zitten, een peuter moet van alles leren eten of lekker met zijn/haar handjes in de modder kunnen spelen, een kleuter leert fietsen of een potlood vasthouden en tekeningen maken, een schoolkind oefent met schrijven en goed luisteren naar instructies om die later zelfstandig uit te kunnen voeren.

Zeker als een kind groter wordt, geldt dat aan handelingen een denk- en een bewegingsaspect vastzit: er moet een idee ontstaan (wat ga ik doen?) , een planning gemaakt worden ( hoe en in welke volgorde ga ik het doen?) en het plan moet motorisch uitgevoerd worden. Dat geldt ook voor schijnbaar simpele zaken als aankleden of in een boom klimmen.

Wanneer een kind niet tot dergelijke activiteiten komt, angstig blijft of erg onhandig, is het verstandig na te gaan WAAROM het niet lukt. Ook al lijken het kleinigheden, voor het kind kan het zijn(haar) zelfbeeld en daarmee een deel van zijn gedrag bepalen. Hij hoeft geen uitblinker te zijn maar het is voor hem belangrijk te merken dat hij iets machtig kan worden EN dat hij mee kan doen met andere kinderen en geen buitenbeentje hoeft te zijn!

De ergotherapeut kan samen met het kind onderzoeken WAAROM dingen niet lukken en hoe daar iets aan gedaan kan worden: moet eerst de basismotoriek verbeteren? Kan de handeling op een andere manier aangeleerd worden? Is een hulpmiddel handig? Kan de omgeving wat anders ingericht worden? Er zijn tal van mogelijkheden om iets WEL te kunnen leren! Het is het specialisme van de ergotherapeut om hierbij te helpen.

IN DEZE PRAKTIJK

De kinderen die voor ergotherapie worden aangemeld hebben soms al een diagnose, zoals DCD,  ADHD, PDD-Nos, Asperger, NLD, een hersenbeschadiging, autisme, het syndroom van |Down  of dyslexie maar de ergotherapeut kan ook helpen wanneer juist nog NIET duidelijk is wat er aan de hand is! Het kind laat zien dat het niet lekker in zijn vel zit, heeft moeite met contacten, is stijf in zijn bewegingen, maakt er een rommeltje van met eten of knutselen, is snel moe of heel druk, heeft moeite met leren, enzovoort.

De leeftijden van de kinderen lopen uiteen van 0 tot ongeveer 15 jaar.

We gaan uit van de vraag van het kind en zijn/haar ouders. Ieder behandelingsplan is uniek en afgestemd op de specifieke situatie en leeftijd van het kind. Ouders worden betrokken, vormen deel van het “team”, vaak samen met de leerkracht, en er wordt veel aandacht besteed aan uitleg en overdracht van kennis en vaardigheden. Ouders en leerkrachten kunnen zo aangeven welke adviezen wel of niet toepasbaar zijn. Door zo samen te werken wordt de ontwikkeling van het kind beter gestimuleerd, ook op de langere termijn, wanneer het kind niet meer in behandeling is.

HOE GAAN WE TE WERK

We beginnen met een oriënterend gesprek met de ouder(s) om inzicht te verkrijgen in de hulpvraag. We doorlopen de ontwikkeling van het kind, eventueel aangevuld met informatie van derden, zoals leerkrachten, arts, psycholoog of logopedist.

Aan de hand van dit gesprek bekijken we of ergotherapeutisch onderzoek geïndiceerd is of dat ouders hun vraag beter elders neer kunnen leggen. Ook kan een enkel advies al voldoende zijn.

Het ergotherapeutisch onderzoek neemt meestal twee keer een uur in beslag. Het onderzoek richt zich op het bewegen, het verwerken van zintuiglijke prikkels, zoals voelen, zien of evenwicht en op praktische vaardigheden zoals het vangen van een bal of schrijven.

Tegelijkertijd probeert de ergotherapeut een indruk te krijgen van het gedrag van het kind, van de beweeglijkheid, de concentratie, het begrip van opdrachten en het leggen van contact.

Op grond van dit onderzoek en de ingewonnen informatie stelt de ergotherapeut een verslag op. Er volgt een gesprek met de ouders, vaak samen met leerkracht of andere betrokkenen, om een gezamenlijke visie te verkrijgen op de problematiek en maatregelen op elkaar af te kunnen stemmen.

De behandelingen duren 45 minuten en vinden meestal een in de twee of drie weken plaats in de praktijk in Veere. Soms is het nodig om de behandeling aan huis te laten plaatsvinden. De frequentie van evaluatiemomenten stellen we in onderling overleg vast.

SCHOLEN

Wanneer leerkrachten vragen hebben over een leerling, bijvoorbeeld op het gebied van schrijven, motoriek of gedrag, kunnen zij in overleg met de ouders contact opnemen. De leerling kan op school geobserveerd en onderzocht worden waarna aansluitend een advies gegeven kan worden. In het geval van schrijfproblematiek kan dat bijvoorbeeld gaan over houding, meubilair, pen of methodiek. De adviezen zijn hierbij gericht op de schoolsituatie.

Wanneer scholen een algemener vraag hebben, bijvoorbeeld over schrijfonderwijs, sensomotoriek of aanpassingen van meubilair of gebouw, kan in samenwerking naar een passend antwoord gezocht worden, bijvoorbeeld in de vorm van een bezoek, een gesprek, in lesvorm of als lezing.

OVER MIJZELF

Sinds 1979 ben ik kinder-ergotherapeute. Na ruim 11 jaar in de kinderrevalidatie gewerkt te hebben ben ik in 1988 begonnen met een eigen praktijk in Veere, samen met mijn echtgenoot Wim de Looff, fysio- en manueeltherapeut en voorheen kinderfysiotherapeut.

Omdat ik zoveel mogelijk kennis wilde vergaren over mijn doelgroep, de kinderen van 0 tot 15 jaar, heb ik mij in de loop der jaren voortdurend bijgeschoold op allerlei relevante terreinen die te maken hebben met de ontwikkeling van kinderen, zowel binnen als buiten het strikt ergotherapeutische gebied. Voorbeelden hiervan zijn de Sensorische Integratie (1983), de behandeling van kinderen met een hersenaandoening (CP), edukinesiologie, schrijfstoornissen, ADHD en DCD.

Nog steeds ervaar ik het als een uitdaging mijn kennis over kinderen te vergroten en geniet ik van het contact met hen en de successen die zij boeken.

VERWIJZING

Ouders melden hun kind vaak aan op eigen initiatief of op aanraden van een leerkracht of een (school)arts. Hoewel het wettelijk niet meer nodig is om een verwijzing van een arts te hebben, blijven sommige zorgverzekeraars (o.a. CZ) vragen om een verwijsbriefje. Raadpleeg dus uw verzekering.

José Claassen, Kinder-ergotherapeute